Wettelijk minimumloon per 1 juli 2026

Voor vakkrachten die in functiegroep I+II vallen geldt dat hun feitelijke loon wordt verhoogd met 1,9%. Dit geldt voor alle medewerkers die in deze functiegroep vallen, ook als ze al op of boven het eindloon verdienen. Alle vakkrachten in functiegroep I+II hebben dus recht op een verhoging van 1,9% op hun loon per 1 juli 2026. Voorwaarde is wel dat ze tenminste 1 jaar in dienst zijn. Werknemers die korter dan 1 jaar in dienst zijn hebben geen recht op deze verhoging, maar moeten uiteraard wel minimaal het nieuwe wettelijk minimum loon verdienen.
Voor vakkrachten die in functiegroep III en IV vallen, dient het huidige loon te worden vergeleken met het nieuwe wettelijk minimum(jeugd)loon. Op het moment dat de medewerker nu minder verdient dan het nieuwe wettelijk minimum(jeugd)loon dien dit op te worden verhoogd tot het wettelijk minimum(jeugd)loon uit de loontabel van juli 2026. Verdient de medewerker al minimaal het nieuwe WML? Dan hoeft er niets te gebeuren.
Dit geldt ook voor alle medewerkers die onder het wettelijk minimumloon vallen. Dit zijn niet-vakkrachten en BBL-studenten. We controleren of ze minimaal het wettelijk minimumloon ontvangen of, als ze 20 jaar of jonger zijn, het afgeleide jeugdloon daarvan. Verdienen ze minder, dan verhogen we het naar het nieuwe WML of het afgeleide jeugdloon.
Voor vakkrachten in functiegroep V of hoger geldt dat zij per 1 juli 2026 geen recht hebben op een verhoging.